Al leg je de lat nogmaals zo hoog, je kunt er altijd onderdoor

“Al leg je de lat nogmaals zo hoog, je kunt er altijd onderdoor”
Gelukkig maar, want na het fantastische Barkrukkenverslag in ’t Krèntje van vorige week lag de lat voor deze auteur wel erg hoog. Deze week dus even niets over ‘kalkliene’ en ‘abrikoëze’ maar gewoon een onvervalst Nederlandstalig velosofisch verslag gebaseerd op louter wetenschappelijke feiten.
Dat veel Nederlandse spreekwoorden vroeger ontstaan zijn tijdens het fietsen weten slechts weinigen. Bijgaand een vijftal onvervalste voorbeelden hiervan :

  1. ‘Beter 3x te laat dan nooit’. 2. ‘De renner valt niet ver van zijn fiets’. 3. ‘Hoge velgen vangen veel wind’. 4. ‘Er een plasje overheen doen’. 5. ‘Wie het eerst komt, die het eerst juicht’
    Door de jaren heen zijn de meeste van deze spreekwoorden helaas verbasterd maar daar hebben de tweewieler-liefhebbers nooit moeilijk over gedaan. Op deze druilerige en winderige zondagmorgen 31 maart 2019 hadden bovengenoemde spreekwoorden zomaar geboren kunnen zijn. Zo was onze voorzitter, die blijkbaar nog moeite had met de zomertijd die om 02.00 uur was ingegaan, voor de 3e week op rij aan de late kant.
    Feit 1: De eerste praktische toepassing van zomertijd was door het Duitse Keizerrijk gedurende de Eerste Wereldoorlog, vanaf 30 april 1916.
    De voorzitter had dus beter moeten weten en Der Pirat eigentlich auch… In het eerste extra uurtje van deze ochtendrit ging het helaas even mis bij Naj Kee en Herbie. Een lelijke valpartij met als gevolg een geschaafde knie, kapotte kleding en wat lichte materiële schade. Herbie, net terug van een 6-weekse hoogtestage in Spanje, had nog speciaal getraind op veilig rijden maar het mocht blijkbaar niet baten.
    Feit 2: een scherpe bocht en een nat geregend wegdek (of was het toch Vissers olie ?) is geen goede combinatie.
    Weer bij Café Kleuskens aangekomen werd de schade nogmaals opgemeten en werden alle wonden gelikt. Om 09.30 uur vertrokken er uiteindelijk 16 A-krukken en 4 B-krukken, waarvan nota bene 1 gastrijder, aan hun wielertocht. De wind was vanaf kilometer 1 direct aan de felle kant en leek telkens ongunstig te draaien, zodat er veel gestoempt moest worden. Constant werden er waaiers gevormd om maar zo min mogelijk wind te hoeven vangen. Dat carbonwielen met een hoge velgrand bij veel wind niet erg praktisch zijn werd gauw duidelijk. Ook de nog niet afgeworpen wintervacht (lees: overgewicht) van menig renner was een dankbare prooi voor de wind.
    Feit 3: Wind is een natuurlijke luchtbeweging van de atmosfeer. Deze ontstaat door horizontale luchtdrukverschillen, waarna de kracht en richting worden beïnvloed door de draaiing van de aarde en eventueel de wrijving met het aardoppervlak.
    Via veelal Brabantse wegen werd via Liessel, Vlierden, ja ja alweer Bakel, De Mortel en Elsendorp uiteindelijk de terugweg ingezet naar Limburg. Voor de broodnodige plaspauze werd Vredepeel het meest geschikt bevonden. Feit 4: urineren met tegenwind geeft natte voeten.
    Via Merselo, Venray en Leunen ging het laatste stukje gelukkig ‘wind uit’ naar Meterik. De sprint werd dit keer sluw gewonnen door de Stoemper, die optimaal gebruik maakte van de waaier en er gewoon aan de rechterkant voorbij reed. Feit 5: Als je wint mag dat uitbundig gevierd worden !